De Klok

sprookjesspel (volavondstuk)

Decor: 1
Bezetting: 5 mannen, 6 vrouwen

Op een avond als Milo bij zijn grootmoeder logeert, duikt plots uit de oude staande klok een geheimzinnige figuur op die zich Nunu noemt. Hij beweert dat de klok een poort naar de Rand van de Tijd is, dat hij een Ontwenser is en op de vlucht voor twee afschuwelijke heksen, Memor, een heks van het Verleden en Fata, een heks van de Toekomst. Met de komst van Nunu wordt Milo's leventje even totaal op stelten gezet.

Fragment 1

MILO
Waarom stap jij dan in die klok?

NUNU
Omdat ik daar vandaan kom.

MILO
(stomverbaasd, maar ook achterdochtig) Kom jij uit die klok?

NUNU
(ongemakkelijk) Luister… hoe raar het ook mag klinken: die klok… is een soort poort. Nee, het IS een poort. En tegelijkertijd is het een klok. Een klok én een poort. Begrijp je? Hier in jouw wereld een klok, en daar in mijn wereld: een poort. Begrijp je?

MILO
Ik snap er geen barst van. Mijn wereld, jouw wereld; een poort… wat bedoel je allemaal? En wat is “daar”?

NUNU
Als je door de poort stapt, dan kom je…

MILO
Ja? (Nunù aarzelt) Zeg het nu!

NUNU
Dan kom je aan de rand van de tijd.

MILO
Wáár kom je dan?

NUNU
Ach, laat maar, jongen, dat zijn allemaal nog te moeilijke dingen voor je… Het is nog te vroeg voor je om dat allemaal te onderzoeken.

MILO
Waarom ben je dan hierheen gekomen?

NUNU
Niet om je al die dingen te vertellen, maar… omdat ik op de vlucht ben.

MILO
Voor wie?

NUNU
Dat mag je ook nog niet weten.

MILO
Tof hoor! Je komt hier zomaar boef-baf binnenvallen, brengt mij aan het schrikken, beweert dan dat je uit een klok komt en dat je op de vlucht bent, maar ik mag niks weten.

NUNU
Het spijt me. Ik ga nu.

Fragment 2

(De klok zwaait open en twee heel vreemde wezens tuimelen naar binnen).

MEMOR
Pokkenwijf! Ik zei: niet duwen.

FATA
Laten we nu niet vechten, Memor! Laten we eerst onderzoeken of die ontwenser hier is geweest.(schuifelt snuivend rond) Geen twijfel mogelijk, hij is hier binnen geweest. En ik ruik ook de opwinding van een tijdeling. Die gluiperd zoekt dus hulp bij tijdelingen. De lafaard. De schijtbroek. We zullen hem leren.

MEMOR
Ja!! Ik heb al zo’n flink opengebarsten stinkzweer van een heerlijk idee.

FATA
Dat zal wel, beschimmelde wrattenkop.

MEMOR
Hoe noem jij mij, zak vol rattengif?

FATA
Hou op, Memor.

MEMOR
Ik geef je heel graag een dreun tegen je kwakende kwallenkop.

FATA
(Even een nijdig geworstel) Ik zei: hou op, Memor.

MEMOR
Je hebt gelijk; een gezellig potje ruziemaken en vechten kunnen we later nog. Eerst die stomme Ontwenser vangen. Kom, we gaan terug door de poort en leggen ons in hinderlaag. Die kluns komt die jonge tijdeling zeker weer opzoeken.

FATA
Daar moet je geen seconde aan twijfelen: dat mormel van een Milo wil kost wat kost die kwibus terugzien. Goed voor ons: dan hebben we twee vliegen in één klap.

(Ze verdwijnen elkaar porrend en knijpend weer in de klok)