Vijanden

satirische eenakter

Decor: geen of decor/zetstukken naar eigen idee.
Bezetting: 1 vrouw, 2 mannen

Twee verdwaalde soldaten van een vijandig leger botsen elkaar op het lijf. De patriottistische plicht roept en beiden maken zich onmiddellijk klaar voor de Strijd voor Vorst en Vaderland. De ene soldaat is patriot in merg en been; de andere wil zich niet laten kennen als iemand die zijn plichten tegenover zijn vaderland niet wil nakomen. Het gevecht ontaardt echter geen enkel moment in wrede, nietsontziende of achterbakse pogingen om elkaar af te slachten. Ze volgen de regels op het correcte oorlog voeren en houden zich aan de code van hoffelijk en eerlijk strijden.

Fragment

EEN
Ah, wat een genot om met u te mogen strijden voor mijn vaderland. Er gaat niets boven een vijand die zijn stiel kent. Mijnheer, mag ik u iets vragen?

TWEE
Maar natuurlijk; doet u gerust.

EEN
Moest ik u verslaan, zoudt u dan nog even willen wachten met sneuvelen, zodat u uw handtekening in mijn souvenirboekje kunt zetten?

TWEE
Ik schrijf er zelfs een paar oprecht gemeende regeltjes bij, mijnheer, zoals in het poëzieboekje van mijn nichtjes.

EEN
Een vijandschap uit de duizenden. Een parel van een vijand. Als ik niet een man en een strijder was, zou ik een traan kunnen wegpinken. Misschien zelfs twee. (vechten voort)

TWEE
Mijnheer.

EEN
Ja?

TWEE
Moest ik zegevieren, mag ik dan een haarlokje van u? Voor in mijn plakboek; Dat is altijd leuk voor later, als je met de kinderen en kleinkinderen foto’s kijkt.

EEN
Maar natuurlijk, mijnheer. U mag me zelfs scalperen. Maar dat is… áls u mij overwint, natuurlijk.

TWEE
Ik zal vechten tot het roemrijke einde. Geen slagje of stootje geef ik u cadeau. ‘t Is tenslotte geen Kerstmis.

EEN
Ik voelde het al bij het begin: dit is vijandschap op het eerste gezicht.